MET SPOED EEN ELEKTRISCHE INSPECTIE NODIG? BEL DAN NAAR 06 57067090

Waarom is een Scope 10 inspectie belangrijk?

Elektriciteit speelt een belangrijke rol binnen vrijwel ieder bedrijf. Tegelijkertijd kan elektrisch materieel een ontstekingsbron vormen wanneer er bijvoorbeeld sprake is van een defect, slechte verbinding, overbelasting of andere risicovolle situatie. Een Scope 10 inspectie helpt om dergelijke risico’s vroegtijdig zichtbaar te maken. Daarmee draagt een inspectie bij aan:

  • het beperken van brandrisico;
  • het verbeteren van de elektrische veiligheid;
  • het voorkomen van schade;
  • de continuïteit van uw bedrijfsvoering;
  • inzicht in de technische staat van uw installatie;
  • het aantoonbaar beheersen van elektrische risico’s;
  • het voldoen aan eventuele eisen van uw verzekeraar.

Is een Scope 10 inspectie verplicht?

Er bestaat in Nederland geen algemene wettelijke verplichting voor ieder bedrijf om periodiek een SCIOS Scope 10 inspectie te laten uitvoeren. Een Scope 10 inspectie kan echter wel verplicht zijn wanneer dit bijvoorbeeld is opgenomen in de polisvoorwaarden van uw brandverzekering. NEN vermeldt expliciet dat een controle wettelijk door een vakbekwaam persoon kan worden uitgevoerd, maar dat verzekeraars privaatrechtelijk aanvullende eisen kunnen stellen, bijvoorbeeld dat de inspectie wordt uitgevoerd door een SCIOS-gecertificeerd bedrijf voor Scope 10. Ook verzekeraars zelf wijzen erop dat de verplichting en frequentie uit het verzekeringsbewijs of de polisvoorwaardenkunnen volgen. Sommige verzekeraars vermelden bijvoorbeeld dat de verzekeringsvoorwaarden bepalen of een elektrakeuring verplicht is en hoe vaak deze moet worden uitgevoerd.


Scope 10 en uw verzekering

De relatie tussen Scope 10 en verzekeringen is belangrijk. SCIOS geeft aan dat de inspectie van elektrisch materieel op brandrisico samen met de elektrotechnische brancheorganisaties en de verzekeringsbranche is ontwikkeld. Veel verzekeraars hebben SCIOS-inspecties van elektrisch materieel opgenomen in hun brandverzekeringspolissen. Een inspectierapport kan vervolgens worden gebruikt om richting bijvoorbeeld een verzekeraar aan te tonen dat de installatie is geïnspecteerd en dat geconstateerde risico’s zijn aangepakt.

Heeft uw verzekeraar een Scope 10 inspectie voorgeschreven?

Dan is het belangrijk om niet alleen de inspectie te laten uitvoeren, maar ook te controleren:

  • welke inspectiemethode wordt gevraagd;
  • wie de inspectie mag uitvoeren;
  • welke frequentie geldt;
  • welke onderdelen moeten worden geïnspecteerd;
  • binnen welke termijn gebreken moeten worden hersteld;
  • welke documenten u moet kunnen overleggen.

De polisvoorwaarden van uw eigen verzekering zijn hierbij altijd leidend.


Wat gebeurt er als u niet aan de polisvoorwaarden voldoet?

Wanneer uw verzekeraar een Scope 10 inspectie als voorwaarde heeft opgenomen, is het belangrijk om deze voorwaarde serieus te nemen. De precieze gevolgen van het niet voldoen aan een polisvoorwaarde zijn afhankelijk van de inhoud van de polis, de betreffende clausule en de omstandigheden van een eventuele schade. Het is daarom niet verstandig om ervan uit te gaan dat een verzekeraar een ontbrekende inspectie altijd zonder gevolgen zal accepteren. Voorkomen is daarom beter dan achteraf moeten aantonen waarom een inspectie niet is uitgevoerd.


Waar is Scope 10 op gebaseerd?

Een SCIOS Scope 10 inspectie is gebaseerd op de NTA 8220. De officiële titel van NTA 8220 is: “Methode voor het beoordelen van elektrisch materieel op brandrisico.” NTA 8220 is in 2017 gepubliceerd en beschrijft een methode om het brandrisico van elektrisch materieel te beoordelen. De methode heeft een ander doel dan bijvoorbeeld NEN 1010 of NEN 3140. Meer informatie over NTA 8220 vind je in dit artikel

NEN 1010

Richt zich op de veilige aanleg van laagspanningsinstallaties.

NEN 3140

Richt zich op de veilige bedrijfsvoering van elektrische installaties.

NTA 8220 / Scope 10

Richt zich specifiek op brandrisico van elektrisch materieel.


Wat wordt tijdens een Scope 10 inspectie gecontroleerd?

Een Scope 10 inspectie bestaat uit verschillende onderdelen. De exacte uitvoering is afhankelijk van de installatie, het gebruik en de omstandigheden. De NTA 8220 gaat uit van een risicoanalyse waarbij onder andere wordt gekeken naar het ontwerp, de uitvoering, het onderhoud, de belasting en de omgeving van het elektrisch materieel. Onderdeel van de inspectie kan onder andere zijn:

Visuele inspectie

De inspecteur beoordeelt het elektrisch materieel en de installatie visueel op mogelijke gebreken en risico’s.

Hierbij kan bijvoorbeeld worden gekeken naar:

  • beschadigingen;
  • slechte verbindingen;
  • onjuiste montage;
  • vervuiling;
  • overbelasting;
  • zichtbare warmteontwikkeling;
  • beschadigde bekabeling;
  • onjuist gebruik;
  • ontbrekende of beschadigde onderdelen.

Metingen en beproevingen

Waar nodig worden metingen en beproevingen uitgevoerd om de elektrische veiligheid en mogelijke risico’s te beoordelen.

Thermografisch onderzoek

Thermografie kan worden gebruikt om temperatuurafwijkingen en mogelijke hotspots zichtbaar te maken. Wanneer thermografie wordt toegepast, verwijst de inspectiemethodiek naar de richtlijnen uit NPR 8040-1 voor het beoordelen van gemeten temperaturen.

Beoordeling van de omgeving

De omgeving waarin elektrisch materieel wordt gebruikt, speelt een belangrijke rol.

Denk bijvoorbeeld aan:

  • vocht;
  • stof;
  • vuil;
  • warmte;
  • agressieve stoffen;
  • mechanische belasting;
  • de aard van het bedrijfsproces.

De NTA 8220 benadrukt dat het brandrisico niet alleen door het elektrische materieel zelf wordt bepaald, maar ook door de gebruiks- en omgevingsfactoren. 


Wat gebeurt er met gevonden gebreken?

Tijdens een Scope 10 inspectie kunnen gebreken, afwijkingen en andere risico’s worden vastgesteld. SCIOS gebruikt hiervoor onder andere IB22, een systematische methode voor het classificeren van geconstateerde gebreken, afwijkingen en defecten. IB22 is ontwikkeld voor onder meer Scope 8, Scope 10, Scope 12, NEN 3140 en NTA 8220. De classificatie helpt om de ernst en mogelijke gevolgen van een constatering inzichtelijk te maken. In een rapport worden onder andere de geconstateerde risico’s en de bijbehorende classificatie vastgelegd.


Wat gebeurt er na de Scope 10 inspectie?

Na de inspectie ontvangt u een inspectierapport. Hierin worden onder andere gegevens opgenomen over: Het rapport geeft u daarmee niet alleen een eindconclusie, maar ook inzicht in wat tijdens de inspectie is onderzocht en welke constateringen zijn gedaan.


Wat als er gebreken worden gevonden?

Een Scope 10 inspectie is geen reparatie. De inspecteur stelt vast welke risico’s en gebreken aanwezig zijn. Vervolgens moeten noodzakelijke herstelwerkzaamheden worden uitgevoerd.

Belangrijk:

Onderhoud en herstelwerkzaamheden maken geen onderdeel uit van Scope 10 zelf.

Wel maakt de beoordeling van het onderhoud onderdeel uit van de Scope 10-inspectie. Dit is expliciet verduidelijkt binnen de SCIOS-documentatie. Daarmee blijft de inspectie onafhankelijk van het uitvoeren van herstelwerkzaamheden. Na herstel kan een herinspectie nodig zijn om vast te stellen dat de geconstateerde risico’s daadwerkelijk zijn weggenomen.


Hoe vaak moet een Scope 10 inspectie worden uitgevoerd?

Er bestaat geen wettelijke vaste geldigheidsduur van bijvoorbeeld precies drie of vijf jaar voor iedere Scope 10 inspectie. De inspectiefrequentie wordt bepaald aan de hand van de toepasselijke methodiek, het risico en de afspraken met de verzekeraar. NTA 8220 kent eisen voor het bepalen van de omvang en frequentie van inspecties.  In de verzekeringspraktijk wordt vaak een interval van drie tot vijf jaar gehanteerd . 


Wanneer moet u eerder laten inspecteren?

Een nieuwe of aanvullende inspectie kan relevant zijn wanneer er belangrijke wijzigingen plaatsvinden.

Denk bijvoorbeeld aan:

  • uitbreiding van de elektrische installatie;
  • grote wijzigingen aan de installatie;
  • gewijzigde bedrijfsactiviteiten;
  • andere belasting van de installatie;
  • ingebruikname van nieuwe elektrische apparatuur;
  • plaatsing van zonnepanelen;
  • installatie van een energieopslagsysteem;
  • gewijzigde verzekeringsvoorwaarden;
  • een nieuwe verzekering;
  • een verhuizing naar een ander bedrijfspand.

Het is daarom verstandig om niet alleen een kalender bij te houden, maar ook bij wijzigingen in uw bedrijfsvoering of installatie opnieuw te controleren wat uw verzekeraar vraagt.


Scope 10 en zonnepanelen

Heeft u zonnepanelen? Dan is het belangrijk om Scope 10 en Scope 12 goed van elkaar te onderscheiden. Binnen Scope 10 worden de omvormer en direct daarop aangesloten stekers als elektrisch materieel beoordeeld. De zonnestroominstallatie zelf valt onder SCIOS Scope 12.  Een Scope 10 inspectie vervangt daarom niet automatisch een Scope 12 inspectie. Heeft u een bedrijfspand met zonnepanelen, controleer dan welke inspecties uw verzekeraar voorschrijft.


Scope 10 en energieopslagsystemen

Energieopslagsystemen (EOS), zoals batterijopslag, krijgen steeds meer aandacht binnen de verzekerings- en inspectiepraktijk. Het Verbond van Verzekeraars meldt dat de EOS-inspectie wordt opgenomen als module onder Scope 10. Wanneer een energieopslagsysteem aanwezig is, wordt dit daarmee meegenomen binnen de Scope 10-inspectie. Dit is vooral relevant voor bedrijven die bijvoorbeeld werken met:

  • batterijopslag;
  • grote accu-installaties;
  • energieopslag in combinatie met zonnepanelen;
  • andere systemen voor elektrische energieopslag.

Heeft u een EOS-installatie? Dan is het verstandig om vooraf te bespreken welke inspectie-eisen voor uw situatie gelden.


Scope 10 en agrarische bedrijven

Voor agrarische bedrijven is elektrische brandveiligheid extra belangrijk vanwege de combinatie van elektrische installaties en vaak brandbare materialen. Het Verbond van Verzekeraars adviseert in zijn informatie over stalbranden om elektrische installaties periodiek te laten keuren op basis van Scope 10. Voor zonnepanelen wordt Scope 12 genoemd.